‘Alles is zo erg nog niet’

‘Alles is zo erg nog niet’

‘Ja jullie hebben dat nieuwe curriculum als strakjes uni weer begint. Lucky bastards, ik zou bijna willen dat ik in jullie schoenen stond!’, mompelt een van mijn intro-ouders, terwijl we door de Medische Faculteit in Nijmegen op naar het volgende introductiecollege lopen.

Het is vijf zomers terug – 2015 – als ik en mijn mede-introbroertjes en -zusje op het punt staan om aan ons studentenleven te beginnen. Artsen in spé, tevens proefkonijnen: geneeskunde krijgt een nieuw curriculum en wij hebben eersterangs tickets om dit mee te gaan maken. Wat dat nou precies inhoudt? We schijnen dit in het introductiecollege te gaan horen.

Vanuit de menigte hoor ik een vaag geroezemoes over patiëntcontacten. Een hoop mensen staan te popelen voor meer, zo ook onze intro-ouders, al is het bij hun omdat ze de magere uurtjes slaap, die ze achter de kiezen hebben, omhoog kunnen krikken. Tijdens het college wordt dat vage geroezemoes gelukkig opgehelderd en een ruime drie kwartier later staan we weer buiten, enthousiast over dat ‘communicatie met patiënten’ meer op de voorgrond zou gaan komen.

De uitspraak van de spreker ‘Misschien is een proefkonijn zijn niet altijd even fijn, maar uiteindelijk is het zo erg nog niet’ galmt na in onze hoofden.

Twee jaar later

Een ietwat ruimere twee jaar later sta ik op de SEH-afdeling.

Gelukkig niet als patiënt en al zeker niet als coassistent. Ik kom een dagje meekijken, eigenlijk zelfs maar een uurtje of drie. Op de medische hiërarchische ladder kan ik nog net de eerste tree zien als ik goed naar boven kijk.

Ik sta er door het nieuwe curriculum. Om specifieker te zijn een leerlijn, waarbij je tijdens je bachelor-fase langs gaat op zoveel mogelijk afdelingen om alvast een beetje ervaring op te doen met het reilen en zeilen in een ziekenhuis.

Waar het bij de huisarts windstil leek, was op de SEH-afdeling alle hens aan dek nodig.

Gesprek in kamer 1, consult in kamer 2, ECG’s. Gedwee volg ik mijn begeleidend arts naar het eerstvolgende patiëntcontact. Het is de eerste keer dat ik in een patiënt ontmoet, die in een palliatieve setting wordt behandeld.

Het besef dringt tot me door dat deze patiënt jonger is dan mijn beide ouders: een behoorlijk bittere pil om weg te slikken, al kan ik me niet voorstellen hoe dat moet zijn voor hem zelf. Als ik nadenk over mijn eigen leven, met mijn geklaag over weinig vrije tijd en over studiedruk, komt opeens ‘Uiteindelijk is het zo erg nog niet’ in mijn hoofd op.

Ruim drie andere gesprekken later staan we weer buiten. We lopen naar de centrale balie toe en de arts vraagt aan de medewerker aan de balie hoe het met de patiënt uit de vorige alinea gaat, die we eerder op de dag zagen.

‘Plotseling overleden aan een hartaanval, een paar minuten geleden’ komt als antwoord achter de balie vandaan.

Die bom slaat bij mij behoorlijk binnen. ‘Kom, Alexander, heb je zin in wat koffie?’, zegt de arts, die er zonder ook maar een schrammetje vanaf gekomen lijkt. Hij moet dit wel eerder meegemaakt hebben.

Uiteindelijk is het zo erg nog niet’

Plotseling overleden voor je veertigste. Weg. Dat zinnetje komt weer de hoek om kijken: ‘uiteindelijk is het zo erg nog niet’.

Nu ik hier aan het typen ben, lopen de gemoederen in de wereld hoog op. Ik hoef waarschijnlijk geen verdere uitleg daarbij te geven waarom. Het is inmiddels een ruime vier weken en ik ben vrijwel geen andere personen tegen het lijf gelopen dan mijn ouders, op een wandelende buur na dan. Op sociaal gebied niet de meest ideale situatie om in te zitten.

Mijn vader en ik hebben het er soms aan de koffietafel over, vooral over hoe mensen in onze omgeving ermee omgaan dat hun leven wat overhoop gegooid is. Dat uitsluitend thuis moeten zitten hakt er bij het overgrote deel van bevolking wel in en je eraan houden is lastig. We raken er maar niet in overeenstemming over, we houden het op het met elkaar eens zijn dat we oneens met elkaar zijn.

Op een ochtend hoor ik hem zeggen dat Piers Morgan, praktisch de meest gehate man van Groot Brittannië, het helemaal bij het rechte eind heeft. Me in mijn koffie verslikkend kijk ik hem vragend aan. ’75 jaar geleden werden we met bosjes naar het front toegestuurd in de oorlog en kwam je met een beetje geluk er zonder kogel in je hoofd af. Het enige wat van ons gevraagd wordt is thuis blijven en zelfs daar geeft niemand gehoor aan.’

Hij heeft helaas een punt, velen van ons hoeven ons alleen thuis koest te houden.

Uiteindelijk is het zo erg nog niet. #ikblijfthuis

Over Alexander Currie

Alexander Currie is 23 jaar oud en studeert Geneeskunde in Nijmegen. Als hij niet op de Medische Faculteit te vinden is, dan wel in de UB of in zijn vrije tijd, kun je hem tegenkomen met een fotocamera in zijn hand, achter een piano of gitaar (vaak tot ergernis van zijn huisgenoten en tijdens sommige weekenden zijn ouders) of inmiddels wat vaker gewapend met pen en papier, aangezien hij vanaf nu zijn hersenspinsels mag delen met de rest van Nederland.

Related Posts

One Response to “‘Alles is zo erg nog niet’”

april 15, 2020 at 9:14 am, Veerle said:

Mooi geschreven Alexander!

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.