Een vogelvlucht door het leven van Giliam Kuijpers

Een vogelvlucht door het leven van Giliam Kuijpers: opgeleid tot kinderarts, afstand gedaan van haar stethoscoop en nu trotse eigenaar van MedGezel.

Opgevoed met het adagium “als je ergens aan begint, dan maak je het af”.

Giliam studeerde geneeskunde in Utrecht, waarna zij de opleiding kindergeneeskunde volgde en werkzaam was als kinderarts in het Tergooi Ziekenhuis. Zij besloot echter het roer helemaal om te gooien en te stoppen met haar werkzaamheden in de kliniek. Na een korte periode als directeur Beleid & Advies bij de KNMG richtte zij haar eigen bedrijf op: MedGezel. Als opgeleid MedGezel mocht ik Giliam interviewen om een vogelvlucht door haar leven te maken en inzicht te krijgen in de keuze om afstand van haar stethoscoop te doen.

Ook deze keer beginnen we weer van kleins af aan. Hoe was je als klein meisje?

“Als klein meisje was ik ook echt het allerkleinste meisje in de klas. Ik werd daardoor vaak jonger geschat en de jongens wilden mij altijd optillen. In de eerste klas ontmoette ik mijn hartsvriendin en sindsdien waren we onafscheidelijk. We leefden in onze eigen creatieve droomwereld gebaseerd op harmonie en rechtvaardigheid. We waren op een gegeven moment de enige twee meisjes van de klas die nog in Sinterklaas geloofden. Ondanks deze naïeve kant was ik ook erg bezig met het in gedachten oplossen van de grote wereldvragen. Ik ben de middelste in een gezin met drie kinderen. Mijn zus is 21 maanden ouder en mijn broer 21 maanden jonger. Ik ben dus rekenkundig ook precies de middelste. Volgens de overige gezinsleden was ik moedig, opgewekt en ook ‘licht’ in het gezin. Ik fladderde overal tussendoor, was hun observatie. Doordat ik als kind een ernstige vorm van astma had, kon ik niet overal aan meedoen en lag ik vaak in het ziekenhuis. Toen heb ik besloten om kinderarts te worden. Maar diplomaat of mensenrechtenadvocaat leken mij ook wel wat. “

Wat vervelend om zo jong al vaak in het ziekenhuis te zijn, maar wat mooi dat dit een inspiratie voor je kon vormen.  Hoe ontwikkelde dit zich tijdens je puberteit?

“Naarmate ik ouder werd ging het beter met mijn astma, echter ging de puberteit volledig aan mij voorbij. Uitgaan, alcohol en jongens waren niet aan mij besteed. Op gestructureerde wijze doorliep ik de middelbare school. Behoorlijk saai dus. Mijn uittreksels en werkstukken waren kleine kunstwerken met veel oog voor detail. Ik kreeg een nieuwe hartsvriendin. Een briljant meisje. Zij daagde me mentaal uit en we brachten uren door aan de enorme keukentafel van haar ouderlijk huis. Filosoferen en nadenken over het leven. We luisterden ook veel naar muziek. We hadden één favoriet nummer, waar we tot vervelens toe naar luisterden: ‘Happy Ending’ van Joe Jackson. Als ik erop terugkijk was ik eigenlijk best wel een nerd. Compleet met sproeten, vlechtjes en bril. Zonder problemen en met mooie cijfers koerste ik regelrecht af op de studie geneeskunde met een bèta vakkenpakket. Ik werd meteen toegelaten tot de geneeskundestudie in de stad van mijn eerste keuze, namelijk Utrecht. Mijn besluit van de lagere school bleef dus staan en heeft ook te maken met een rode draad, waar ik niet meer van afweek.”

Vol overgave begonnen aan de geneeskundestudie zo te horen, hoe beviel het leven op kamers?

De studentenkamers in Utrecht lagen niet voor het oprapen. Ik bleek toen behoorlijk proactief en assertief te zijn. Ik belde aan bij studentenhuizen in wijken die mij wel leuk leken. Na drie dagen was het raak. Ik had een fijne kamer gescoord in een gezellig meidenstudentenhuis waar ik mijn hele studententijd heb gewoond. Daar voelde ik me veilig en vertrouwd. Gedisciplineerd stortte ik me op de studie, maar werd ook direct lid van Veritas en actief bij MSFU Sams. Langzaam kwam ik meer uit mijn schulp. Daarnaast kreeg ik een paar hele leuke bijbaantjes onder meer als gids op de Domtoren. Met het gidsencollectief gingen we regelmatig buiten kantoortijden illegaal de Domtoren op. Dan voelden we ons Quasimodo. Helemaal naar boven, fles wijn en stokbrood mee en dan genieten van de sterrenhemel en het prachtige uitzicht over Utrecht. Op een goede avond, met iets te veel wijn op, hebben we gespeeld op het carillon. Tussen mijn doctoraal en de coschappen in ging ik naar Kameroen. Ik werkte daar op de kinderafdeling van een ziekenhuis en deed onderzoek naar cerebrale malaria. In Afrika kwam ik pas echt helemaal tot leven en voelde ik wat echte vrijheid betekent.”

En hoe bevielen de eerste jaren van de studie?

“Mijn huisgenootje was ook eerstejaars geneeskundestudent. We zaten bij elkaar in het mentorgroepje. Daardoor had ik al snel een maatje in de eerste weken. Onze mentorgroep bleek een hechte groep te worden. De practica Anatomie vond ik het eerste jaar het allerleukste. Spannend, echt en we kregen les in de binnenstad, vlakbij Filmtheater ’t Hoogt. Na afloop van de practica bestelden we altijd koffie met appeltaart in ’t Hoogt. Ook om een beetje te ontladen en te lachen na de toch wel enerverende snijzaal activiteiten. Het vak psychiatrie vond ik ook mega interessant. Kaplan, Synopsis of Psychiatrie las ik ademloos op het balkon van mijn studentenkamer. Toen bleek al dat ik meer geschikt was voor de psychologische kanten van de studie. Desondanks bleef kindergeneeskunde de rode draad. Blijkbaar vastgeroest in mijn onderbewuste.”

Na je bachelor was het tijd voor de volgende stap: de coschappen. Hoe gingen deze jou af?

“Mijn eerste coschap was interne geneeskunde en ik kreeg de schrik van mijn leven. In het ziekenhuis voelde ik mij in eerste instantie helemaal niet veilig. Ik vond de rol van coassistent best wel beperkt en soms zelfs ridicuul. Op het krukje naast de medisch specialist zitten. Eindeloos veel bloedgassen prikken en naar de buizenpost lopen. Ik was ingedeeld op de afdeling MDL bij twee mannelijke arts-assistenten, die er genoegen in schepten om mij uit de tent te lokken. Daar kon ik slecht mee omgaan. Ik was enerzijds behoorlijk ambitieus en perfectionistisch, maar ook nog steeds een beetje naïef. Onhandige combinatie dus.

Gelukkig werden de coschappen daarna alleen maar leuker. Mijn allerleukste coschap was psychiatrie. Mijn laatste coschap was huisartsgeneeskunde bij een huisarts met een drukke solopraktijk. Hij moest waarnemen voor een collega die op vakantie was. Toen heb ik min of meer als coassistent bijna alle patiënten uit die waarneempraktijk gezien. Natuurlijk wel onder supervisie, maar ik reed ook zelfstandig de visites in zijn grote Mercedes. Ik had net mijn rijbewijs en herinner me nog bloedstollende parkeermanoeuvres. Telefonisch overlegde ik dan met de huisarts als ik bij de patiënt thuis was. Deze huisarts had een groot vertrouwen in mij, waardoor ik in korte tijd enorm groeide. Hij zag het wel zitten als ik zijn compagnon werd. Heel even overwoog ik toen om huisarts te worden.”

Miste je in deze tijd een ‘Compendium’?

“Met het Compendium zou ik heel erg blij zijn geweest! Ik had het ‘Oxford Handbook of Clinical Medicine’ in mijn zak zitten als coassistent. Daar heb ik weinig mee gedaan. Daarnaast was het in mijn tijd erg ‘in’ om je eigen zakboekje te maken. Met behulp van losse blaadjes in een succesagenda maakten ik mijn eigen hoofdstukken en handige stroomschema’s etc. per vakgebied.

Toen was het eindelijk zover; klaar met de coschappen en afgestudeerd basisarts. Weer een stapje dichter bij die lang gekoesterde droom tot kinderarts. Waar ging je toen aan de slag?

“Na mijn coschap huisartsgeneeskunde kon ik beginnen als ANIOS bij een psychiatrisch ziekenhuis. De psychiatrie trok mij erg. Toch vond ik het ook erg moeilijk om de kliniek te laten varen, want het beeld van de kinderarts in witte jas met stethoscoop stond al vanaf mijn kindertijd op mijn netvlies. Vlak voordat ik zou beginnen in de psychiatrie gebeurden er twee opmerkelijke dingen in mijn leven die de koers gingen bepalen. Mijn broer werd psychotisch en belandde op de gesloten afdeling in het UMCU. De psychiatrie kwam even te dichtbij en tegelijkertijd werd ik uit het niets thuis gebeld vanuit het WKZ met de vraag of ik arts-onderzoeker wilde worden met uitzicht op de opleiding kindergeneeskunde. Het voelde als het lot.

En zo werd ik dus uiteindelijk toch kinderarts. Zoals ik als klein meisje al had bedacht. Mijn eerste echte werkdag herinner ik me nog heel erg goed. Ik deelde een kamer met een postdoc op de kinderendocrinologie. Ik ging achter mijn bureau zitten, installeerde wat dingetjes zoals een agenda, een pen en een kop koffie. En toen had ik even geen idee wat ik moest doen. Een uur heb ik zo gezeten. Uiteindelijk kwam het natuurlijk helemaal goed. Als arts-onderzoeker was ik erg in mijn element. Ik kon heel zelfstandig mijn ding doen en werd ook erg gestimuleerd door de twee kinderendocrinologen. Ik had twee fantastische jaren op de kinderendocrinologie!”

Wat bijzonder hoe deze keuze is verlopen… Bleef de kindergeneeskunde daarna wel op je pad?

“Na twee jaar onderzoek kon ik beginnen met de opleiding tot kinderarts. Ik startte op de afdeling neonatologie en daar ervaarde ik weer de cultuurshock, die ik ook ervaarde tijdens mijn eerste coschap interne. Binnen drie maanden werd ik een schim van mezelf. Althans, dat zeiden mijn vrienden en oud-collega’s van de kinderendo. Ik zag er blijkbaar niet heel florissant uit. Dat was een red flag, die ik stelselmatig negeerde. Opgevoed met het adagium “als je ergens aan begint, dan maak je het af”. En ik had natuurlijk een felbegeerde plek bemachtigd bij de opleiding kindergeneeskunde. Die laat je niet zomaar schieten.”

Je bent hard voor die droom om kinderarts te worden blijven strijden, toch heb je uiteindelijk afstand gedaan van je stethoscoop. Hoe kwam je tot deze beslissing?

“In het eerste jaar van mijn opleiding tot kinderarts kreeg ik voor het eerst grote twijfels over verdergaan in de kliniek. Ik had last van de medische cultuur en voelde me niet altijd even veilig. Ook had ik last van mezelf. De lat lag hoog en ik zette mezelf erg onder druk om maar door te gaan. Vervolgens kreeg ik tijdens mijn eerste zwangerschapsverlof de tijd om stil te staan bij mezelf en mijn toekomst als kinderarts. Ik besloot toen te solliciteren voor een traineeship bij de Rijksoverheid. Een beleidsmatige functie in de gezondheidszorg leek me namelijk ook erg leuk. Het scheelde niet veel of ik was aangenomen. Toen besloot ik om de opleiding af te maken en werd ik kinderarts.

Vervolgens ging ik behoorlijk onderuit met een tweetal ernstige cardiale incidenten. Ik belandde op de hartbewaking en had vervolgens veel tijd nodig om te revalideren. Langzaam maar zeker begon ik zicht te krijgen op mijn talenten, mijn valkuilen en uiteindelijk mijn missie in de gezondheidszorg. Ik bleek eigenlijk een ‘dokter voor de dokters’ te zijn in plaats van een kinderdokter. Dat pad is steeds concreter en mooier geworden! Via de functies van medisch manager kwaliteit en directeur Beleid KNMG werd ik uiteindelijk het allermooiste dat ik me kon voorstellen: namelijk mezelf in de rol van oprichter van MedGezel. Nadat ik definitief mijn stethoscoop aan de wilgen had gehangen, voelde ik me zo ontzettend vrij!”

Een inspiratie voor velen! En dan het oprichten van je eigen bedrijf: Medgezel, waar ik je natuurlijk al van ken. Kun je de lezers hier ook wat meer over vertellen?

“Het concept MedGezel is ontstaan vanuit mijn liefde voor de mens achter de patiënten en achter mijn collega’s. Als dokter miste ik vaak het echte contact en was ik een groot deel van de tijd bezig met een routinetaak en een klinische blik. Ik vond toen ook al dat een patiënt eigenlijk een coach naast zich nodig had. Iets wat ik toen niet kon bieden. Tevens was ik vanuit een hele sterke drive begonnen aan het begeleiden van medisch specialisten in hun functioneren. Ook voor hen wilde ik een coach zijn. Het beeld van de dokter als coach naast de patiënt werd steeds sterker tijdens mijn periode bij de KNMG. Toen ontstond heel organisch het concept MedGezel. Alles wat ik had geleerd en waar ik in geloofde kwam toen samen. De laatste missing link was de geneeskundestudent. Door geneeskundestudenten op te leiden tot medisch coach kunnen zij in een nieuwe rol de patiënten gaan begeleiden voor, tijdens en na het consult bij de dokter. Patiënten zijn vaak kwetsbaar en alleen. Zij kunnen informatie verkeerd interpreteren of vergeten. Een MedGezel ondersteunt hen en zorgt ervoor dat alle belangrijke vragen worden gesteld. Ook binnen het concept van Samen Beslissen komt de rol van MedGezel heel goed van pas. Op dit moment zijn we samen met een aantal STZ ziekenhuizen bezig om MedGezel binnen de coschappen vorm te geven. Ik probeer ook samen met BKV artsen om voor de geneeskundestudenten een betaalde MedGezel rol voor elkaar te krijgen. Dat is nog even pionieren. Tot slot zijn we bezig met wetenschappelijk onderzoek. Er lopen nu twee PhD trajecten. Mijn grote droom is dat MedGezel een vanzelfsprekend onderdeel is van de geneeskundeopleiding en standaard beschikbaar is in de ziekenhuizen voor de patiënten. Ik ben dus pas tevreden als alle toekomstige artsen ook MedGezel zijn voor hun patiënten.

Voel je ook meer vrijheid sinds je gestopt bent als arts in de kliniek?

“Mijn leven is nu een verrassende mix van inspanning en ontspanning. Vrijheid en soms ook onzekerheid. Ik ben volledig baas over mijn eigen agenda en eindverantwoordelijk. Daardoor heb ik veel meer tijd voor mijn familie, vrienden en mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Toen ik nog diep in de kliniek zat, schitterde ik thuis door afwezigheid. Veel tijd besteed ik nu aan lezen, yoga, mediteren en buiten wandelen. Nog steeds filosofeer ik het liefst samen met mijn vrienden over het leven en de wonderen van het universum. Ook muziek is en blijft een grote bron van vreugde en inspiratie. Een favoriet boek van mij is een heel klein boekje: ‘De vier inzichten van de Tolteken’ van Don Miquel Ruiz. De inhoud is bijna te simplistisch voor woorden, maar heeft een enorme zeggingskracht. Het gaat over vier wijsheden, die je kunt toepassen in je leven: wees onberispelijk in je woorden en spreek de waarheid; vat niets persoonlijk op; ga niet uit van veronderstellingen; doe altijd je best. Een helder en ondubbelzinnig kompas voor mij en hopelijk ook inspirerend voor anderen.”

Stel, je bent opnieuw net afgestudeerd student geneeskunde, wat is de belangrijkste keuze die je anders had gemaakt?

“Wat een mooie en lastige vraag. In een volgend leven zou ik nog wel diplomaat willen zijn of mensenrechtenadvocaat. Dat lijken me ook prachtige rollen. Misschien was ik dus begonnen met een tweede studie in deze richtingen.”

En als laatst: wat zou je ons als (medisch) studenten mee willen geven?

“Het belangrijkste advies dat ik heb voor (medisch) studenten is te vertrouwen op je innerlijke kompas en je daarbij niet te laten leiden door de meningen van de buitenwereld. Je kunt in feite geen foute keuzes maken, want alle ervaringen die je opdoet door een bepaalde richting te kiezen zijn weer van belang voor je volgende stappen. Want ‘daar waar je struikelt ligt je schat’. Mijn valkuilen en struikelblokken bleken uiteindelijk cruciaal te zijn om MedGezel op te richten. Als je heel goed luistert naar je innerlijke stem, dan zijn de antwoorden duidelijk. Als je dat pad kiest, dan zul je zien dat er deuren opengaan en het onmogelijke mogelijk wordt. Een keuze hoeft daarbij ook niet definitief te zijn. Als ik nu op mijn 49ste zou besluiten om weer dokter te worden, dan ga ik ervoor. De allerbelangrijkste keuze is dus kiezen voor jezelf! Daar ga je nooit spijt van krijgen!

Het beknopte CV van Giliam Kuijpers:

CV Giliam Kuijpers deel 1
CV Giliam Kuijpers deel 2
Over Lore van Riel

Lore van Riel is 22 jaar en momenteel bezig met haar coschappen aan het VUmc. Vorig jaar heeft zij haar wetenschappelijke stage binnen de kinderoncologie gedaan en meegeschreven aan het hoofdstuk Oncologie van Compendium 2.0. Naast haar studie is zij vaak te vinden in het zwembad of op de tennisbaan, sporten vind zij erg belangrijk naast haar studie. Zij interviewt artsen en neemt samen met hen een vogelvlucht door hun leven.

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.